Verhalen Sanne van de Veerdonk

'Mensen zien, vertrouwen geven en laten groeien'

Sanne van de Veerdonk, directeur KC De Groote Wielen

Sanne is iemand die van jongs af aan wist wat ze wilde worden. Geboren in Den Dungen in een beschermde omgeving, was er van nature sprake van vertrouwen en zorgzaamheid. In haar vriendenboekjes stond al dat zij juf zou worden. Wat haar typeert is rust, verantwoordelijkheidsgevoel en een sterk geloof in groei, zowel bij kinderen en collega’s als voor zichzelf. Haar loopbaan laat zien dat leiderschap niet altijd begint met ambitie, maar met constante betrokkenheid. Stap voor stap groeide ze van leerkracht naar intern begeleider, van teamleider onderwijskwaliteit naar schoolleider. Met een groot onderwijshart omarmde ze de ontwikkelingen die zich aandienden en wist ze over haar eigen twijfel heen te stappen.

Een veilige basis in Den Dungen
Mijn basisschooltijd voelde veilig en was ook voorspelbaar. Je wist wie je in groep 7 kreeg, wie in groep 8, en de directeur stond zelf ook nog voor de klas. Het was allemaal heel overzichtelijk. Als je in een klein dorp opgroeit, dan krijg je mee dat je een beetje op elkaar let en de helpende hand reikt als dat nodig is. Ik paste geregeld op kinderen uit de buurt en vond het heerlijk om voor hen te zorgen. Als ik terugdenk aan die tijd, was het misschien niet enerverend, maar wel geborgen en veilig. Thuis kreeg ik mee dat je er altijd wel komt als je hard werkt en als je eerlijk bent. Misschien komt het ook wel omdat ik de oudste dochter ben, maar ik heb altijd een groot verantwoordelijkheidsgevoel gehad. Het voelde voor mij ook nooit als last.

Van havo naar mavo: een andere route
Op het St. Janslyceum begon ik op havo-niveau, want ik wist dat ik dat nodig had om naar de pabo te gaan. Dat ging goed tot het stagneerde in het derde jaar. Dat was mijn eerste echte tegenslag. Ik vroeg me af of ik mijn droom wel kon waarmaken. Tot een decaan zei: “Je kunt ook via het mbo naar de pabo.” Dat gaf me ineens ruimte. Zo ging ik met vertrouwen naar de mavo, waarna ik de opleiding tot onderwijsassistent volgde aan het Koning Willem I College. Die overstap bracht me sneller bij wat ik het liefste deed: werken met kinderen. Het leerde me ook dat iedereen zijn eigen pad te volgen heeft. Het maakt niet uit hoe je route loopt, als je maar weet waar je naartoe wilt.

Eerste stages: besef van voldoening
Op mijn zestiende liep ik mijn eerste stage. Ik genoot van de energie van kinderen, de momenten waarop ze ineens snappen hoe iets zit. Dat blijft magisch. Ik kreeg al snel de ruimte om kleine groepjes te begeleiden en lesonderdelen zelf te verzorgen. In mijn laatste jaar liep ik stage in het speciaal onderwijs bij Kentalis, op de Rafaëlschool. Een totaal andere wereld: doofblinde kinderen met ontwikkelingsachterstanden. Prachtig om te zien hoe zorg en onderwijs daar samenkwamen. Maar ik voelde ook: mijn hart ligt bij het didactische, bij het leren zelf. Toch heeft die periode mijn blik verruimd.

Naar lesbevoegdheid
De pabo in Den Bosch voelde als een logische vervolgstap. De stages gingen goed, maar het theoretische stuk vond ik taaier. Mijn kracht lag echt in de praktijk, zorgvuldig voorbereiden en verzorgen van lessen. Natuurlijk besef ik ook dat reflectie belangrijk is, want je houding in dit vak is allesbepalend. Na mijn afstuderen werkte ik 1,5 jaar als invalkracht totdat er een vacature was op De Groote Wielen. Daar begon ik fulltime in groep 3/4. Later werd ik intern begeleider, mede door mijn ervaring met leerlingen met ondersteuningsbehoeften. Dat werk deed ik met liefde, maar toen ik zelf moeder werd, koos ik ervoor om fulltime les te gaan geven in de bovenbouw. Wat ik daarin zo geweldig vind, zijn de rijke gesprekken die je dan met leerlingen kunt voeren.

Doorontwikkeling 
Ik ontdekte hoe interessant ik onderwijskwaliteit vond. Vandaar dat ik de master Leren & Innoveren ging volgen. Onderzoeken, kritisch kijken naar wat werkt qua effectief leren, trendanalyses doen en data duiden. Dat sprak me erg aan. Zo kwam het dat ik werd ik gevraagd als teamleider onderwijskwaliteit. Toen er een waarnemende directeursfunctie vrijkwam, wimpelde ik dat eerst af. Uiteindelijk heb ik de dagelijkse leiding wel op me genomen, nog in de veronderstelling dat het maar voor twee maanden zou zijn. En om te ontdekken of het bij me paste. Al gauw bleek dat collega’s en ouders mij die rol toevertrouwden, dus toen de vacature officieel werd uitgezet, besloot ik mee te doen. Na een sollicitatieprocedure met een benoemingsadviescommissie en een assessment werd ik benoemd tot schoolleider. Met alle wisselingen die hadden plaatsgevonden in het management, vond ik ook dat het team toe was aan rust. Dat kon ik bieden.

Anderen laten groeien 
Ik hoef niet zo nodig op de voorgrond. Ik geniet ervan als anderen groeien. Of dat nu een kind is bij wie het kwartje valt of een teamlid dat tot bloei komt. Het gaat mij erom samen te ontdekken waar iemands kracht zit. Wat is er aanwezig dat we nog onvoldoende benutten? Mijn grootste uitdaging zit vaak in de ad hoc-zaken. Een zieke collega. Een leerling waar het niet goed mee gaat. Gelukkig sta ik er niet alleen voor. Collega-directeuren, stafmedewerkers en bestuur denken mee. En ik heb de steun van mijn man en kinderen.

Blijven leren
Als school zijn we bezig met het versterken van onze basiskwaliteit. Ook de burgerschapsopdracht vraagt aandacht. Onze populatie verandert. Er is meer diversiteit. Dat zie ik als verrijking. Ik rond momenteel mijn opleiding tot vakbekwaam schoolleider af en voor de komende jaren wil ik vooral stevig groeien in mijn rol, ervoor zorgen dat mensen trots zijn om hier te werken. Terugkijkend naar mijn jeugd, kan ik alleen maar concluderen dat sommige omwegen de moeite waard zijn om te nemen. Als je maar blijft geloven in jezelf.